Het transitiemodel van David Pollock is geschikt voor het begrijpen van het effect van internationale verhuizingen. Het model onderscheidt vijf fasen en de kenmerken van elke fase worden gepresenteerd in het licht van iemands sociale status (hoe anderen naar jou kijken), iemand sociale houding (interacties met anderen) en iemands psychologische ervaring (hoe jij je vanbinnen voelt).

Dit model kan je helpen begrijpen waar jij je bevindt in de transitie van het oude naar het nieuwe leven.

  1. Je bent opgenomen in een cultuur en land. Jij weet waar je thuis hoort en anderen weten waar je thuis hoort. Je leeft mentaal in het heden.
  2. Je gaat vertrekken.
 Het grote nieuws is daar. Je denkt steeds meer aan de toekomst ipv aan het heden. Het is een rooskleurige periode waarin vooral de mooie kanten van een verhuizing aan bod komen. Je begint al afstand te nemen van de mensen om je heen.
  3. Fysieke verhuizing.
 Je hebt de oude woonplaats verlaten, maar je voelt je nog niet thuis in de nieuwe woonplaats. Je beseft wat je kwijt bent en twijfel slaat toe. Je vraagt je af waarom je zo nodig moest verhuizen. In gedachten ben je vaak in het verleden. Het is een periode van rouw en eenzaamheid. Niemand kent je nog en jij kent jouw plek ook nog niet. Je hoopt dat de toekomst beter zal zijn.
  4. 
Entree. Je besluit om de situatie te accepteren en moeite te doen om te integreren. Anderen leren jou kennen en te begrijpen hoe jij functioneert. Langzaam keer je terug naar het heden en denkt minder vaak aan wat je allemaal niet meer hebt.
  5. Heropname. Opnieuw maak je deel uit van een maatschappij. Zij kennen jou en jij kent hen. Je hebt het gevoel erbij te horen. Je leeft in het heden.

Onverwerkt verdriet en identiteitsproblemen

Expats die zeer frequent verhuizen, bereiken lang niet altijd fase 5. Tijdens de ‘Entreefase’ kun je alweer worden overgeplaatst naar een nieuw land en beland je in fase 2 van een nieuwe cyclus. Dit lijkt op het eerste gezicht niet erg en kan opwindend zijn, maar is ook een recept voor problemen als gevolg van onverwerkt verdriet en identiteitsproblemen. Als iemand bijvoorbeeld elke twee jaar verhuist, krijgt hij/zij het gevoel nergens thuis te horen. En dat kan uiteindelijk tot een depressie leiden.

Transitiemodel Internationale verhuizing: voor elk familielid anders

Het is goed te beseffen dat elk lid van de familie zich in een andere fase van het model kan bevinden. Vaak zie je dat een hele familie verhuist voor de carrière van één persoon (meestal de vader). Terwijl vader zich direct in zijn nieuwe baan onderdompelt en al vrij snel een ritme te pakken heeft, worstelen moeder en de kinderen om een geheel nieuw leven te creëren. ‘Hoe werkt het lokale bussysteem?’ ‘In welke winkel zijn bepaalde ingrediënten te koop?’ ‘Welke kinderen staan nog open voor nieuwe vriendschappen?’ ‘Waar kan de lokale taal worden geleerd?’ ‘Wat kan ik doen om mij minder eenzaam te voelen?’ Structuur (naar school gaan, inschrijven bij een sportclub, aansluiten bij gelijkgestemden) helpt om te integreren, maar dat is niet voor ieder familielid even gemakkelijk. Na enkele maanden kunnen zich grote verschillen openbaren: Het ene kind voelt zich als een vis in het water op de nieuwe school terwijl het andere kind dagelijks treurt om zijn verloren vrienden. Of de vader en de kinderen zijn gewend aan het nieuwe leven terwijl moeder eenzaam en verloren ronddoolt…

Fasen van rouw bij een internationale verhuizing

Het transitiemodel van David Pollock vertoont overeenkomsten met het (algemenere) model van de fasen van rouw van psychiater Elisabeth Kübler-Ross. Zij onderscheidt de volgende fasen in het verwerken van rouw:

1. Ontkenning. Een weigering om de realiteit onder ogen te zien. Een stukje zelfbescherming.
2. Woede. ‘Waarom moet mij dit overkomen?’ Je kunt boos zijn op het lot, op je man, op artsen. Onder de woede ligt pijn verscholen.
3. Onderhandelen / vechten. In deze fase probeer je de beslissing aan te vechten en er onderuit te komen. Mensen kunnen zichzelf doelen opleggen als ‘tegenprestatie’: een marathon lopen, stoppen met roken.
4. Verdriet en depressie. Je voelt je machteloos, geeft het vechten op en realiseert je dat er niet aan het verlies valt te ontkomen. Dit is vaak de overgang naar de laatste fase in de rouwverwerking.
5. Aanvaarding. ‘Ik ga verder met mijn leven.’

Het bovenstaande model is zeker geen lineair model. Men kan blijven hangen in een fase van rouw, terugvallen in een oude fase of een fase overslaan. En ook de uiteindelijke acceptatie is niet altijd definitief. Er zijn momenten van terugval. Geen mens is hetzelfde en wij zijn meer dan deze vijf fasen. Het model kan wel helpen om jezelf en anderen te begrijpen.

Verlies als bron van expat leed

Veel klachten van volwassen expats zijn terug te voeren op onverwerkt verdriet. Het is duidelijk dat er door de verhuizing(en) veel verlies wordt geleden. Het gaat dan om groot en klein verlies zoals het verlies van een thuisland met bijbehorende identiteit, verlies van familie, vrienden, huisdieren, buren, collega’s en alle steun die deze mensen verlenen, verlies van bekende procedures (het onderwijssysteem, sollicitatieprocedures, belastingaangifte, politieaangifte), verlies van taal, klimaat, muziek, favoriete eten, fa voriete restaurants en winkels, tradities en culturele waarden. Het is een enorme breuk met het verleden en ook al zitten er veel mooie en positieve kanten aan de verhuizing, het verlies valt niet te ontkennen. Dit gevoel wordt geïntensiveerd als de achterblijvers zich niet kunnen herkennen in de nieuwe ervaringen. Het is immers lastig om je in een wereld in te leven waar je nog nooit bent geweest. Aan beide kanten kunnen mensen zich in de steek gelaten voelen, boos of jaloers zijn en na enige tijd groeit de afstand. Dat alles kan een expat verdrietig stemmen.

Onverwerkt verdriet

De vraag is: waarom wordt dat verlies zo slecht verwerkt? Sommige expats staan het zichzelf niet toe (‘ik heb zoveel om dankbaar voor te zijn dus mag ik niet verdrietig zijn’), anderen zijn bang dat het verdriet alle goede aspecten teniet zal doen als ze deze gevoelens wel toestaan, soms is men te trots om de buitenwereld te laten merken dat het leven in het buitenland toch niet zo rooskleurig is en er zijn ook expats die zich wel verdrietig voelen maar geen idee hebben waarom.

 

Wat kun je doen?

Het helpt om zowel het transitiemodel van David Pollock als de fasen van rouw in je achterhoofd te houden om te kunnen beoordelen hoe het met jou en de jouwen gaat. Merk je na 3-6 maanden dat jouw kinderen nog steeds voornamelijk boos en verdrietig zijn, neem dan uitgebreid de tijd om contact te maken en te kijken waar jij mee kunt helpen of vraag om externe hulp. Een Child Case Study kan een manier zijn om het probleem in kaart te brengen en te besluiten of er werkelijk reden is tot zorg.

Ben je zelf ontevreden en ongelukkig, vraag je dan af wat je nodig hebt om je beter te voelen. Kijk niet naar wat er niet meer is in je leven, maar bedenk welke elementen jou in het nieuwe land zouden kunnen helpen om tot bloei te komen. Een coahingprogramma als de Inner Journey kan de perfecte toegangspoort zijn tot een gelukkig levenshoofdstuk in het buitenland. Investeer niet alleen in je gezin, maar ook in jezelf want jij bent het waard. Loop niet (té) lang rond met gevoelens van verdriet en verlatenheid. Je zult in een latere levensfase dankbaar zijn dat je in deze fase geen al te groot gat hebt laten ontstaan.